Op 14 november opent bij BNUDE Gallery in Sitges (Barcelona) een solo expositie met mijn werk.
De nieuwe schilderijen zullen pas in de week voor de expositie op de website komen, ik ben er hard mee bezig en heb er veel zin in!
Het thema van het werk wat ik voor mijn eerste solo in Barcelona maak is ‘De eerste keer’. Onder de afbeelding leg ik uit waarover dit zal gaan.
De eerste kus.
Een nieuw schilderij, januari 2026, wat gemaakt is voor mijn solo- expositie in Barcelona eind ’26. Het schilderij is verkocht terwijl ik het aan het schilderen was en zal dus niet op de expositie te zien zijn. Wel wil ik kort dit schilderij, het thema van de expositie, toelichten.
‘The First Kiss’ gaat over mijn eerste kus, de eerste kus die er toe deed. De eerste kus met T. , een jongen. Ik was verliefd tot over mijn oren en tot mijn grote geluk was het wederzijds. Deze kus met T. , na jaren van onzekerheid over mijn gevoelens voor jongens die ik vanaf mijn 7e al had, en de zekerheid dat ik mijn hele leven alleen zou zijn, voelde als een bevrijding die niet te omschrijven is in woorden. Deze kus moest (van mij) ‘verborgen’ blijven. Vreemd want mijn moeder zei me op mijn 14e al: ‘dat je verliefd wordt op een jongen is niet erg, er ongelukkig over zijn of er een probleem van maken dat is wel heel erg’.
Voor de buitenwereld waren T. en ik ‘gewoon vrienden’.
Op het moment dat hij, we schreven elkaar gedichten en briefjes, een roze driehoek bij een gedicht tekende met de woorden ‘dit vinden wij niet erg’, realiseerde ik me dat ik nu dus bij een groep hoorde. Een groep waarmee ik niets had, en waarmee ik ook niet geassocieerd wilde worden. Ik was David en bleef David. Hield van hardlopen, fietsen, David Bowie, tekenen, honden en paarden. Verliefd zijn op T. veranderde niet wat/wie ik verder leuk of niet leuk vond.
Vanaf dat moment probeerde ik T. uit mijn leven te bannen. T. was een kus die niet gezien mocht worden, hoe verdrietig ik daar ook over was. Ik hoorde immers niet bij ‘hen’.
Nog steeds is een kus tussen twee jongens, twee mannen, een ding. Ik ben 30 jaar dolgelukkig met mijn grote liefde, we maken er geen geheim van, maar tonen niet overal wat we voelen. Wanneer we weglopen uit een restaurant, op straat of waar dan ook, elkaars hand pakken, een kus, dat zorgt altijd voor blikken of onzekerheid bij onszelf. Doen een jongen/meisje dat man/vrouw, dan wordt het (zoals het ook is) gezien als romantisch en mooi.
David Bowie zingt erover in zijn nummer ‘Heroes’, het ontroerende van een verliefd koppel bij de muur in Berlijn.
De serie zal bestaan uit ‘eerste keren, bombardementen van momenten’. In een jong leven, mijn jonge leven, was de kus op mijn 16e een verandering van alles wat ik eerder voelde en dacht. Het bracht alles op hol en er was geen weg meer terug. Het maakte mijn leven compleet.
Nog zo’n moment, ik was een jaar of 14, met een cassette recorder, David Bowie zingt ‘Space Oddity’ . Vanaf dat moment wilde ik alles van die man. Niet zomaar een moment dus, een mokerslag, die tot op de dag van vandaag voelbaar is.
Met het hele vierde jaar naar Berlijn. 16/17 Jaar met een groep vrienden in een gespleten stad, de indruk was onvergetelijk. Berlijn gaat nooit meer ‘uit mijn systeem’, een eerste en onuitwisbare indruk.
De kleedkamer, een blik naar links op een jongen die zichzelf afdroogt, mooier dan mooi, het moment op mijn netvlies getatoeëerd voor de rest van mijn leven.
Een serie over eerste keren, opgemerkt, vastgeknoopt maar ongemerkt voor de buitenwereld.
Tot slot; een bron van inspiratie zijn naast muziek, het leven, boeken. Een boek wat ik hierom meerdere malen las is ‘Kartonnen dozen’ van Tom Lanoye. Een boek met bijzonder veel herkenbare momenten die door hem bijzonder mooi zijn omschreven.
Citaat: tegen het eind van dat laatste jaar was Z. uitgegroeid tot een kannibaalse schoonheid die nog mooier werd omdat hij zich niet van zijn schoonheid bewust scheen. Zijn neusvleugels trilden hoofs, zijn voorhoofd was volmaakt, zijn blik op ieder moment van de dag ongewild uitnodigend. Hij stak nu een kop boven mij uit. Nooit zag ik roder lippen. Nooit een mooier lijf. Atletisch van lijn, scherp als een bijl. Zijn gebaren waren nonchalant sierlijk, zoals die van een danser op vakantie. Toch waren zijn polsen vier kant en robuust van het vele turnen. Hij kon honderd keer opdrukken, zijn schouders waren zo breed als die van De Slome. Maar vroeg hem om een spagaat te maken en hij deed het net zo goed. Iedere spier was getraind, en door er niet mee te pronken, door zich integendeel in de kleedkamer als een geroutineerd sportman vliegensvlug om te kleden zodat ik maar een flits van hem kon opvangen, maakte hij me nog weeër van verlangen dan ik al was.


